Guido Eekhaut

Verhalen

Ik dacht enige tijd na over de neef van Anne die was verdwenen. Het werkwoord was een eufemisme, iets wat mensen gebruiken in tijden van crisis. Mensen verdwenen niet zomaar, ze doofden uit. Ze verloren niet hun geloof in het leven, maar hun geloof in het verleden. Ze beseften dat alles wat de mens ooit betekend had, nu zinloos was geworden. Er zou later niemand meer zijn om zich de mens te herinneren – diens daden, exploten en woorden.
Geen sprake van, dacht ik. Geen Dodo die in de handen van de Amerikanen zal vallen. Niet indien ik er wat kan aan doen. De Dodo blijft in Engeland. Engeland alleen heeft recht op de Dodo. “Vijfduizend,” zei ik. Ik proefde het bedrag op mijn tong. Het smaakte me zuur, een beetje barbaars bitter zelf. Een smaak die me doorgaans weinig beviel. Vijfduizend pond is gewoon een enorme hoop geld, zelfs voor een stapel Dodo’s. Het hangt ervan af wat je ervan kan maken en zo, maar toch …